Column

Als het zicht op het geheel verdwijnt, dan verdwijnt je plezier in het werk en dreigt het risico van gebrek aan zingeving. Dan heb je een motivatieprobleem.

Werk je bij de overheid, dan werk je aan Nederland. Dan werk je aan ‘zaken die ons allemaal raken’. Zo pogen de vacatureteksten voor banen in de publieke sector ons te verleiden. In feite wordt je verleid vanuit de menselijke behoefte om ertoe te doen. Om in staat te zijn om toegevoegde waarde te leveren aan iets van een grotere orde dan het tastbare hier en nu. Die grotere orde is een typische overheidstaak, als werken aan de veiligheid in de samenleving, of aan de kwaliteit en de toegankelijkheid van het onderwijs, aan goede zorg voor iedereen, of aan goed toezicht op oneigenlijke financiële transacties. Klinkt dit je aantrekkelijk in de oren? En wil je graag in je baan bijdragen aan maatschappelijk belangrijke vraagstukken? Dan kan een functie in de publieke sector een aantrekkelijk perspectief voor je zijn.

Hoe kom je er nu achter of dit echt iets voor je is? Het imago van een ambtenarenbestaan is hoe je het wendt of keert, nog steeds niet bepaald sexy of flashy. Negatieve associaties rondom macht, bureaucratie, stroperigheid doen de overheid nog vaak de das om. Een groeiend tegengeluid is dat de publieke sector een werkomgeving is die blijvend een prikkelende intellectuele uitdaging biedt. Een spannende omgeving om de inhoud te leren beheersen. Die je bovendien in staat stelt te managen en je eigen werk te integreren met de politieke werkelijkheid waarbinnen je functioneert. In de groeiende behoefte aan vrijheid en balans tussen werk en privé is de overheid een werkgever die carrieres mogelijk maakt bij een werkweek van vier dagen, en een die goede secundaire arbeidsvoorwaarden kent.

Dit zijn zomaar een paar overwegingen die aan de orde kunnen zijn in je keuzeproces voor een functie en voor een werkgever.

Natuurlijk telt allereerst de feitelijke bagage als de juiste vooropleiding, werkervaringsjaren, en bagage op het vlak van  sociale en culturele vaardigheden. Daarnaast komt het vooral aan op het hebben of verkrijgen van reëel zelfinzicht. Ik doel op eerlijk zijn over je waarden, normen, opvattingen over werk. Over de belangen die je hecht en ontleent aan werk. Welke plek neemt werk in je leven in. Hoe belangrijk is het voor je. Hoeveel tijd wil je erin stoppen. Wat wil je geven, wat mag het je kosten. Waar krijg je energie van, waar loop je op leeg. Ben je graag dienstbaar , of wil je liever steeds op de bühne. Ben je bestand tegen de urgentie en de druk van de politieke arena, of heb je juist behoefte aan rust en tijd om meerdere scenario’s uit te kunnen werken.  Welk soort baan vraagt hierom. Welk type organisatie past daarbij?

Als je jezelf kent, dan weet je ook of je kunt omgaan met de wetmatigheden die besloten liggen in alle grotere bureaucratische organisaties. Geïnspireerd door het boek ‘de eigen aard van de overheid’ (auteur A.H. Berg, SDU 1998), gaat het om wetmatigheden zoals abstracte regels, hiërarchie in de werkrelaties en grotere en kleinere deeltaakgebieden.

Wat de laatste wetmatigheid betreft, deel ik graag het volgende met u:  Als het zicht op het geheel verdwijnt, dan verdwijnt je plezier in het werk en dreigt het risico van gebrek aan zingeving. Dan heb je een motivatieprobleem. Zorg er daarom voor dat je reëel bent en zicht houdt op de toegevoegde waarde die jij in jouw specifieke taak kunt leveren aan het grote geheel. Dan zal het werken bij de overheid je een karakteristieke, veelomvattende, pretentieuze, ideële en ook controversiële baan kunnen bieden, die ingrijpend is voor mensen en de samenleving.

Marjan Timmer